Knutseltips

De meeste bakkers en verkoopsters zijn erg creatief en kunnen heel goed knutselen.

Hier vind je een paar leuke knutseltips!




Een oven knutselen

Lekker knutselennodig: grote doos van karton ( zonder deksel), cellofaan, kurken, viltstift,
vijf bruine of witte bolletjes of kadetjes ( hiervoor kun je bijvoorbeeld ook pittenzakken of broodjes gemaakt van klei gebruiken)

Maak van de doos een oven. Knip een gedeelte uit een brede zijknat van de doos. Plak cellofaan over het uitgeknipte deel.

De knopjes van de oven kun je maken van kurken. Teken met viltstiften nog wat "temperatuursmeters" ... en klaar is je oven!

Je kunt de oven heel goed gebruiken bij het spel: "warme broodjes uit de oven".

Lees voor de spelbeschrijving snel verder onder de knop spelletjes en liedjes!

 



Maak je eigen bakkersmuts       

 
Bakkersmuts maken

 

 



Knutselen met zoutbrooddeeg

 

Met zoutdeeg kun je vanalles maken, want zoutdeeg is net klei. Je kunt zo de mooiste
kunstwerken knutselen. Knutselwerkjes van zoutdeeg zijn ook erg leuk om cadeau te geven.

Het recept voor zoutdeeg is simpel: gewoon meel en zout in de verhouding 1:1.

Vervolgens water toevoegen tot het zoutdeeg gewoon lekker kneed. Dus bijvoorbeeld:

200 gram meel ( denk erom geen zelfrijzend);
200 gram zout;

De hoeveelheid water is niet precies op te geven. Als je er maar voor zorgt dat je deeg niet te vochtig of te plakkerig is. Het zoutdeeg moet natuurlijk niet teveel aan je handen plakken.

Als je het gewoon lekker kan kneden en rollen, zonder dat het aan je handen blijft plakken, dan zit je goed.

Wanneer je kunstwerk klaar is, dan moet het nog wel even in de oven of magnetron.
Dit is nodig om het zoutdeeg hard te maken en kan dus op een lage temperatuur gebeuren.

Hou het goed in de gaten. Het is niet nodig dat je knutselwerk bruin wordt. Wordt het te bruin zet dan de oven wat lager.

Oven

Droog je knutselwerkje eerst een uurtje op 100 graden. Daarna zet je ( of je vader of moeder) de oven op 125 graden voor nog een uur. Als het goed is, dan is je zoutdeeg hard geworden.

Zoniet dan laat je je werkstuk nog even in de oven. Als ze klaar zijn, dan laat je het afkoelen.

Magnetron

Zet je knutselwerk een kwartier in de magnetron op zo'n 500 Watt. Laat alles dan een kwartier even staan nagaren.

Vervolgens weer een kwartier op 500 Watt. Dan weer een kwartiertje laten staan, enz. Net zo lang tot je zoutdeeg hard is geworden en ook hier moet je de kleur in de gaten houden. Als je zoutdeegkunstwerk te bruin wordt, dan ga je verder op 300 of 400 Watt.

Afwerking zoutdeeg-werkstuk.

Is je knutselwerk afgekoeld, dan kun je het gaan verven. Als dat gebeurd is en je bent helemaal tevreden, dan moet je je vader of moeder even vragen om het kunstwerk af te lakken met transperante vernis. Alles goed laten drogen en klaar is je kunstwerk!


 

Spelletjes en liedjes

Bakkers houden van spelletjes en liedjes....



De bakkers van Heslinga's Smulpaleis doen in hun vrije tijd graag een spelletje. Doe je mee?

Deze spelletjes zijn erg leuk tijdens een bakkersfeestje of tijdens een bakkersthema op school....



Broodjes in een mand

Een kind mag de bakker zijn ( en krijgt een bakkersmuts op).

Het doet zijn ogen dicht en zit op de grond.

We doen alsof achter hem een grote mand staat.

De bakker moet raden hoeveel bolletjes er in zijn mand zitten.

Als je aangeraakt wordt mag je heel zachtjes achter de rug van de bakker gaan zitten.

Bakker, vertel eens.... hoeveel broodjes zitten er in je mand?



Warme broodjes uit de oven

Zet aan de ene kant de oven ( deze kun je heel eenvoudig zelf maken... kijk hiervoor bij de knutseltips)

en aan de andere kant een mand In de oven liggen vijf bruine en vijf witte belletjes door elkaar.

Twee kinderen proberen ieder hun witte bolletjes of bruine bolletjes zo snel mogelijk van de oven naar de mand te brengen. De broodjes zijn pas gebakken en dus erg "warm". Je mag daarom maar  één bolletje tegelijk vasthouden. Veel succes!




Bakker, hoe laat is het?

Een kind is de bakker en loopt tussen de andere kinderen door. De kinderen vragen: "Bakker, hoe laat is het?"

De bakker kan antwoorden: "tijd om brood te bakken of tijd om koekjes te bakken of tijd om deeg te kneden", maar als de bakker zegt: "tijd om brood te eten", dan kunnen de kinderen door de bakker getikt worden.

 


De bakker en de winkel

In het midden ligt een cirkel, bijvoorbeeld een touw. Dat is de winkel. In de hoeken ( van bijvoorbeeld het speellokaal)  liggen vier matten of kleden. De kinderen worden in vier groepjes verdeeld. Elk groepje gaat op een mat zitten.

De ene groep is het gist, de andere groep het meel, de derde groep het water en de vierde groep de boter.

Steeds heeft de bakker wat nodig en noemt hij wat hij wil. Dat groepje mag rond de cirkel lopen. Als de bakker zegt:

"Ik ga nu bakken", mag hij de kinderen tikken. Als ze weer terug zijn op de mat mogen ze niet meer getikt worden.

Zjn ze wel getikt, dan gaan ze in de cirkel zitten.




Zing je mee?




Bakkerslied





 


| Meer